Vorig jaar hielp ik mee om een school te bouwen in het oosten van Rwanda. Ik probeerde een muurtje te metselen en een lokale metselaar hielp me bij het zoeken van passende stenen en liet me zien hoe ik moest voegen. Na een paar uur best wel hard werken keek ik trots naar mijn prachtige muurtje. Ik had bijgedragen aan iets belangrijks: een schoolgebouw dat ervoor zorgt dat kinderen niet meer vier uur heen en vier uur terug hoeven te lopen om onderwijs te krijgen. Ik twitterde er wat over en facebookte een foto van mijn blaren. Dat had ik toch maar mooi gedaan voor honderd likes.

Ik weet wel dat de vriendelijke metselaar twintig van deze muurtjes metselt in de tijd dat hij mij bij iedere steen zo geduldig assisteerde. Ik weet ook dat de school verder is afgebouwd door lokale professionals zoals hij, die daar gelukkig voor betaald hebben gekregen. Maar oh, wat voelde ik me verbonden met dat schooltje. Een half jaar later ging ik er terug en zag de school in gebruik met overvolle klassen en hardwerkende leraren. Ook dat gaf een voldaan gevoel.

Nu woon ik zelf in Rwanda en dat schooltje is slechts een paar uur rijden van mijn huis. Het kost me allemaal weinig moeite en het gevoel van trots en voldoening dat ik voelde, misgun ik helemaal niemand. Maar het wringt wel een beetje.

Jaarlijks vliegen tienduizenden mensen, zonder noemenswaardige vaardigheden, vanuit Europa en de Verenigde Staten naar Afrika voor een vrijwilligersvakantie. Studenten in een gap-year, families en collega’s, men gaat op zoek naar een manier om lokale gemeenschappen te helpen terwijl ze reizen, waardoor hun ervaringen zinvoller, purposefull, en duurzamer worden. Een verschil maken in iemands leven geeft een gevoel van prestatie en vervulling dat geldverdienen niet doet.

Allemaal goedbedoeld natuurlijk. Maar wat als die purpose gepaard gaat met korte-termijndenken, social media exhibitionisme en schaamteloze zelfbevlekking? Een ontwikkelingsland, liefst zo ver en exotisch mogelijk, als speeltuin voor de narcistische behoefte om je maatschappelijke betrokkenheid te laten zien? Want waarom zou je fatsoenlijk leren metselen, een diploma kinderpedagogie halen of jarenlang medicijnen of civiele techniek studeren als je hetzelfde voldane gevoel krijgt van drie weken betekenisvol en “uit je comfort zone” op vakantie in Afrika?

Zo las ik dat je nu in Nederland een “social safari experience” kunt boeken. Ik stel me dan zo voor dat je eerst de neushoorn redt en vervolgens een Masai dorp, om daarna met een G&T en een goede wifi-verbinding te chillen bij het kampvuur. Voor 1500 euro word je twee weken lang enorm geïnspireerd en daarvan krijg je weer nieuwe creatieve ideeën om je personal brand als wereldverbeteraar te laden, zoals je eigen NGO starten of gesponsorde rondjes rennen tegen de armoede.

In het satirisch Instagram account Barbie de Verlosser (@saviorbarbie, 155k volgers) staat Barbie in een zebrarokje naast een zebra. Ze heeft een eigen fashionlabel gelanceerd, waarvan de opbrengsten naar de door haarzelf opgerichte NGO gaan om de zebra te redden. Of ze maakt selfies tussen arme zwarte kindertjes en roept : “Oh, ik voel me zo gezegend”. De organisatie achter het account probeert mensen die voluntourism overwegen op deze manier te informeren over de do’s en don’ts.

Meer dan vijf jaar geleden kwamen de eerste berichten naar buiten over kinderexploitatie in weeshuizen als gevolg van voluntourism. Rijke toeristen geven geld uit aan de weeskinderen, dus het loont om zoveel mogelijk kinderen als wezen voor te doen. Toeristen verwachten erbarmelijke omstandigheden, dus ook daar wordt voor gezorgd. En de kinderen? Die bouwen in korte tijd een leuke band op met toeristen waar ze vervolgens nooit meer iets van horen. Het is een industrie geworden waar vraag en aanbod keurig op elkaar wordt afgestemd. Voluntourism stond ondanks de aanhoudende controverse nog steeds prominent op de reistrend-listicles van 2018.

We zijn allemaal een beetje medeplichtig hieraan. Rijkdom en privilege gaan gepaard met sociaal ongemak en armoede geeft ons een machteloos gevoel. Maar dat we rijk en bereisd zijn, betekent niet dat we gekwalificeerd zijn om problemen in andere delen van de wereld op te lossen. Snelle oplossingen voor grote sociale kwesties bestaan niet. Als je goed wil doen, doe het dan in je eigen buurt. En structureel. En laten we ook maar eerlijk zijn over waarom we werkelijk reizen en vrijwilligerswerk doen: het gaat uiteindelijk altijd meer over onszelf dan over de ander.

fotocredit:  Shutterstock