Voordat ik naar Afrika kwam had ik nog nooit gehoord van de tamarillo. Maar hier zijn de rode, ei-vormige vruchten overal te koop langs de kant van de weg en ik eet ze nu regelmatig. Verwerkt in een smoothie met mango, door de yoghurt of als pittige chutney. Of ik snij ze doormidden en lepel het vruchtvlees met pitjes en al eruit als een passievrucht.

Tot 1967 heette de tamarillo nog gewoon boomtomaat, maar dankzij een marketingprijsvraag in Nieuw Zeeland kreeg de vrucht een nieuwe exotisch klinkende naam.  Naar verluidt is de naam een combinatie van het Maori-woord tama (leiderschap) en amarillo dat “geel” betekent in het Spaans. Ik denk bij de term “gele leider” niet meteen aan een boomtomaat, maar eerder aan de winnaar van de Tour de France.

Misschien heeft de naam eerder iets te maken met het Latijnse woord amarus, bitterzuur.  De vrucht heeft namelijk niet alleen een vreemde naam, maar ook een aparte smaak, en bitterzuur komt eigenlijk best dichtbij.  Persoonlijk vind ik het een combinatie tussen tomaat en passievrucht, als je je daar iets bij kunt voorstellen. Een zoetekauw kan er beter wat suiker op strooien.  Een zoutekauw strooit er zout op.  Ik doe dat allebei niet. Ik ben de personificatie van bitterzuur.  De schil kun je trouwens niet eten. Die is bittertaai, weet ik uit ervaring.  Om de boomtomaat te schillen, kun je ‘m laten schrikken in kokend water, net als een gewone tomaat.

Tamarillo is ook gezond. Een kort rondje Google geeft een veelbelovend resultaat. Als je er maar genoeg van eet krijg je een stralende huid, val je kilo’s af,  kun je je bril weggooien en heb je nooit meer een slecht humeur.  Een echte superfood dus, ideaal voor bitterzure mensen.

foto: Shutterstock